Stichting Randori | Gedragsregels
15190
page-template-default,page,page-id-15190,qode-listing-1.0.1,qode-social-login-1.0,ajax_fade,page_not_loaded,,qode_grid_1200,qode-theme-ver-12.1,qode-theme-bridge,wpb-js-composer js-comp-ver-5.4.2,vc_responsive

GEDRAGSREGELS

Ook bij amateur sportclubs komt helaas ongewenst gedrag voor. Bij onze club nemen we professioneel gedrag en integriteit heel serieus en willen we dat iedereen in een veilig klimaat kan sporten.

 

Verklaring Omtrent Gedrag

Voor al onze (nieuwe) trainers en vrijwilligers vragen wij elke drie jaar een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) op. Bij deze verklaring, in ons geval specifiek voor het werken met minderjarigen, wordt door het Ministerie van Justitie beoordeeld of er gedrag in het verleden is geweest dat gevaar vormt voor het werken met minderjarigen.

 

Gedragsregels trainers

De JBN heeft overeenkomstig NOC-NSF gedragsregels voor trainers opgesteld, die wij volledig onderschrijven. De regels zijn gemaakt om de risico’s op ongewenst gedrag in de relatie pupil en trainer te verkleinen en ze fungeren als toetssteen voor het gedrag van begeleiders en sporters in concrete situaties.

 

Onze trainers

  1. Streven ernaar hun taak zo goed mogelijk uit te oefenen.
  2. Nemen hun eigen verantwoordelijkheid voor de uitoefening van hun taak binnen de grenzen van de geldende regelingen binnen onze club.
  3. Nemen de grenzen van hun professionele deskundigheid in acht. Zijn gehouden andere deskundigen in te schakelen wanneer aard en omvang van problemen hun deskundigheid overstijgen.
  4. Zijn verantwoordelijk voor de verdere ontwikkeling van hun professionaliteit.
  5. Onderhouden professionele contacten met andere trainers binnen onze club en met het bestuur.
  6. Geven hun lessen met een collegiale verantwoordelijkheid.
  7. Zijn zich voortdurend bewust van hun voorbeeldfunctie in optreden, taalgebruik en nauwgezetheid, bewaken waarden en stellen normen, staan model voor correct gedrag en komen hun afspraken na.
  8. Respecteren de leerling en diens persoonlijke levenssfeer en houden rekening met diens levensbeschouwelijke en culturele identiteit.
  9. Discrimineren niemand vanwege leeftijd, geslacht, huidskleur, ras, seksuele geaardheid, beroep, mentale toestand of handicap, religie of politieke overtuiging.
  10. Onthouden zich van uitlatingen en gedragingen met een discriminerend of anderszins beledigend karakter, alsmede van uitlatingen en gedragingen waarvan zij kunnen of behoren te weten dat deze voor een derde schadelijk zijn.
  11. Onthouden zich van enig advies noch stimuleert ter zake van het gebruik of doen gebruiken van verboden middelen (doping). Raadt het gebruik af en wijst de leerlingen op de daaraan verbonden gevaren.
  12. Gaan professioneel om met het overwicht dat voortvloeit uit hun functie.
  13. Tonen betrokkenheid met de leerling en bewaren daarbij professionele distantie.
  14. Onthouden zich van elke vorm van seksueel machtsmisbruik, seksuele intimidatie of seksueel getinte verbale uitingen of toespelingen tegenover de leerling of anderen binnen hun (werk)omgeving. Seksuele handelingen en seksuele relaties zijn onder geen beding geoorloofd en worden beschouwd als seksueel misbruik.
  15. Zorgen ervoor dat bij onze sport behorend lichamelijk contact functioneel is en niet misverstaan kan worden. Als de situatie daartoe noopt, zijn meelevende, bemoedigende of troostende aanrakingen als uitingen van emoties zeker geoorloofd. Zorgvuldigheid is hierbij geboden, want niet elke leerling stelt aanrakingen op prijs.
  16. Realiseren zich dat bepaalde situaties of vriendelijke handelingen door leerlingen of buitenstaanders misverstaan kunnen worden en kunnen leiden tot beschuldigingen van seksuele intimidatie.
  17. Zullen vooraf, tijdens en/of na de lessen, tijdens evenementen en/of toernooien, tijdens reizen en dergelijke, gereserveerd en met respect omgaan met de leerling.
  18. Zullen, indien het noodzakelijk is de kleedkamer of doucheruimte van het andere geslacht te betreden, dit met redenen omkleed aankondigen.
  19. Zullen vermijden met een leerling in de kleedkamer of andere ruimte alleen te zijn en als dit toch nodig is (geweest), dit melden aan het bestuur.
  20. Zullen hun professionele grens duidelijk aangeven indien een leerling aandringt op intimiteit.
  21. Verstrekken eerlijke en ter zake doende informatie over leerprestaties en (bewegings) gedragingen aan leerlingen, ouders of verzorgers, bestuur en mede trainers.
  22. Behandelen vertrouwelijke informatie over leerlingen als zodanig. Overleggen in probleemsituaties met het bestuur.
  23. Bestrijden – ook in bewegingssituaties – discriminatie, racisme en geweld. Spreken leerlingen aan op ongepast gedrag. Besteden in dit verband tevens aandacht aan bestaande vooroordelen ten aanzien van verschillen tussen jongens en meisjes in bewegingsbegaafdheid, bewegingsbelangstelling en leerprestaties.
  24. Zorgen voor sociale veiligheid binnen zijn lessen, met name voor de minder bewegingsbegaafde leerlingen. Vermijden overbodige vergelijkingssituaties en situaties die de lichamelijke verschijningswijze accentueren.
  25. Staan er voor in dat de belasting en intensiteit van de training van de leerling die zij trainen altijd zijn aangepast aan diens leeftijd, fysieke conditie en prestatievermogen. Adviseren de leerling niet deel te nemen aan wedstrijden en/of trainingen indien de daaraan verbonden risico’s voor de leerling onverantwoord worden acht. Nemen de nodige maatregelen ter voorkoming van blessures of ongevallen tijdens zijn lessen. Nemen, indien er zich desondanks toch een blessure of ongeval voordoet, op grond van hun deskundigheid bij het verlenen van de eerste hulp de noodzakelijke stappen. Rapporteren het gebeurde inclusief de ondernomen actie(s) aan het bestuur en informeren de ouders of verzorgers van de leerling of laat deze informeren.
  26. Dragen zorg voor een aangename, werkbare, open en vertrouwensvolle sfeer tijdens lessen/trainingen, wedstrijden en besprekingen en laten na wat daarmee in strijd kan zijn.
  27. Sporen de leerling aan zich overeenkomstig de morele code van het budo en de regels van de JBN-sporten te gedragen en op respectvolle wijze om te gaan met andere leerlingen, deelnemers, scheidsrechters en overige officials. Geven zelf hierbij het voorbeeld.
  28. Bevorderen fair play en onthouden zich van aanwijzingen of opdrachten aan de leerling die daarmede in strijd zijn.
  29. Onthouden zich als coach bij wedstrijden van aanstootgevend gedrag en beïnvloeding van arbiters. Roepen tijdens de wedstrijd geen scheidsrechter termen, anders dan bedoeld om de leerling attent te maken op behaalde resultaten en/of straffen. Onthouden zich van het doen van negatieve uitlatingen ten opzichte van de arbitrage, deelnemers en organiserende instantie.

 

Vertrouwenspersonen

Heb je het gevoel dat je slachtoffer bent geworden van seksuele intimidatie of ander grensoverschrijdend gedrag binnen onze club, dat ingaat tegen onze gedragsregels? Neem dan contact op met een van onze vertrouwenspersonen:

Jantina Westdijk              [email protected]

Simon van Driel                [email protected]

Zij zullen je helpen bij de vervolgstappen.